Vertaling van timen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
timen {ww.}
timen {ww.}

ik time
jij timet
hij/zij/het timet

ik time
jij timet
hij/zij/het timet
» meer vervoegingen van timen

timen {ww.}
timen {ww.}

ik time
jij timet
hij/zij/het timet

ik time
jij timet
hij/zij/het timet
» meer vervoegingen van timen



Gerelateerd aan timen

plannen - opmeten