Vertaling van tinblik

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
blik [o], tinblik {zn.}
blik [o]
tinblik {zn.}
Hij had een hongerige blik.
Hij had een hongerige blik.
Ze wierp me een vuile blik toe.
Ze wierp me een vuile blik toe.


Gerelateerd aan tinblik

blik