Vertaling van tintelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
tintelen {ww.}
tintelen {ww.}
ik tintel
jij tintelt
hij/zij/het tintelt
ik tintel
jij tintelt
hij/zij/het tintelt
» meer vervoegingen van tintelen
tintelen {ww.}
tintelen {ww.}
ik tintel
jij tintelt
hij/zij/het tintelt
ik tintel
jij tintelt
hij/zij/het tintelt
» meer vervoegingen van tintelen
schuimen, tintelen, bruisen {ww.}
schuimen
tintelen
bruisen {ww.}
tintelen
bruisen {ww.}
ik bruis
jij bruist
hij/zij/het bruist
ik schuim
jij schuimt
hij/zij/het schuimt
» meer vervoegingen van schuimen
tintelen, schitteren, schitterend, glinsterend, sprankelen, glinsteren, fonkelen, flonkeren {ww.}
tintelen
schitteren
schitterend
glinsterend
sprankelen
glinsteren
fonkelen
flonkeren {ww.}
schitteren
schitterend
glinsterend
sprankelen
glinsteren
fonkelen
flonkeren {ww.}
hij/zij/het flonkert
zij flonkeren
hij/zij/het fonkelt
hij/zij/het tintelt
zij tintelen
hij/zij/het tintelt
» meer vervoegingen van tintelen
glinsteren, tintelen, glimmen {ww.}
glinsteren
tintelen
glimmen {ww.}
tintelen
glimmen {ww.}
ik glim
jij glimt
hij/zij/het glimt
ik tintel
jij tintelt
hij/zij/het tintelt
» meer vervoegingen van tintelen