Vertaling van titel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
titel [m] (de ~) {zn.}
titel [m] (de ~) {zn.}
kop [m], graad, titel, onderschrift {zn.}
kop [m]
graad
titel
onderschrift {zn.}
Kop op!
Kop op!
Water bevriest bij nul graad Celsius.
Water bevriest bij nul graad Celsius.
titel [m] (de ~) {zn.}
titel [m] (de ~) {zn.}
betitelen, tituleren, titelen {ww.}
betitelen
tituleren
titelen {ww.}

ik betitel
jij betitelt
hij/zij/het betitelt

ik betitel
jij betitelt
hij/zij/het betitelt
» meer vervoegingen van betitelen

kampioenschap, titel [m] (de ~) {zn.}
kampioenschap
titel [m] (de ~) {zn.}
rechtstitel, titel [m] (de ~), rechtsgrond [m] (de ~) {zn.}
rechtstitel
titel [m] (de ~)
rechtsgrond [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan titel

kop - graad - onderschrift - betitelen - tituleren - titelen - kampioenschap - rechtstitel - rechtsgrondnaam - benaming - kwalificatie - fundament