Vertaling van tokkelen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
tokkelen, nijpen, knijpen, klemmen {ww.}
tokkelen
nijpen
knijpen
klemmen {ww.}

ik klem
jij klemt
hij/zij/het klemt

ik tokkel
jij tokkelt
hij/zij/het tokkelt
» meer vervoegingen van tokkelen

tokkelen, plukken, afplukken, oprapen {ww.}
tokkelen
plukken
afplukken
oprapen {ww.}

ik pluk af
jij plukt af
hij/zij/het plukt af

ik tokkel
jij tokkelt
hij/zij/het tokkelt
» meer vervoegingen van tokkelen

tokkelen {ww.}
tokkelen {ww.}

ik tokkel
jij tokkelt
hij/zij/het tokkelt

ik tokkel
jij tokkelt
hij/zij/het tokkelt
» meer vervoegingen van tokkelen

bellen, tokkelen, rinkelen met, doen rinkelen {ww.}
bellen
tokkelen
rinkelen met
doen rinkelen {ww.}

ik bel
jij belt
hij/zij/het belt

ik bel
jij belt
hij/zij/het belt
» meer vervoegingen van bellen

Waar kan ik bellen?
Waar kan ik bellen?
Ik moet bellen.
Ik moet bellen.


Gerelateerd aan tokkelen

nijpen - knijpen - klemmen - plukken - afplukken - oprapen - bellen - rinkelen met - doen rinkelenbespelen