Vertaling van plukken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
plukken {ww.}
plukken {ww.}
ik pluk
jij plukt
hij/zij/het plukt
ik pluk
jij plukt
hij/zij/het plukt
» meer vervoegingen van plukken
plukken {ww.}
plukken {ww.}
ik pluk
jij plukt
hij/zij/het plukt
ik pluk
jij plukt
hij/zij/het plukt
» meer vervoegingen van plukken
wegscheuren, afplukken, afrukken, plukken, afbreken {ww.}
wegscheuren
afplukken
afrukken
plukken
afbreken {ww.}
afplukken
afrukken
plukken
afbreken {ww.}
ik breek af
jij breekt af
hij/zij/het breekt af
ik scheur weg
jij scheurt weg
hij/zij/het scheurt weg
» meer vervoegingen van wegscheuren
verzamelen, oogsten, inzamelen, rapen, plukken, innen, collecteren {ww.}
verzamelen
oogsten
inzamelen
rapen
plukken
innen
collecteren {ww.}
oogsten
inzamelen
rapen
plukken
innen
collecteren {ww.}
ik collecteer
jij collecteert
hij/zij/het collecteert
ik verzamel
jij verzamelt
hij/zij/het verzamelt
» meer vervoegingen van verzamelen
We moeten geld inzamelen.
We moeten geld inzamelen.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
tokkelen, plukken, afplukken, oprapen {ww.}
tokkelen
plukken
afplukken
oprapen {ww.}
plukken
afplukken
oprapen {ww.}
ik pluk af
jij plukt af
hij/zij/het plukt af
ik tokkel
jij tokkelt
hij/zij/het tokkelt
» meer vervoegingen van tokkelen