Vertaling van trakteren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
trakteren, vrijhouden, vergasten, onthalen {ww.}
trakteren
vrijhouden
vergasten
onthalen {ww.}

ik onthaal
jij onthaalt
hij/zij/het onthaalt

ik trakteer
jij trakteert
hij/zij/het trakteert
» meer vervoegingen van trakteren

trakteren {ww.}
trakteren {ww.}

ik trakteer
jij trakteert
hij/zij/het trakteert

ik trakteer
jij trakteert
hij/zij/het trakteert
» meer vervoegingen van trakteren

trakteren, onthalen, fuiven, vergasten {ww.}
trakteren
onthalen
fuiven
vergasten {ww.}

ik fuif
jij fuift
hij/zij/het fuift

ik trakteer
jij trakteert
hij/zij/het trakteert
» meer vervoegingen van trakteren



Gerelateerd aan trakteren

vrijhouden - vergasten - onthalen - fuivendokken - uitdelen