Vertaling van uitsmijten
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
uitsmijten, uitwerpen, uitgooien {ww.}
uitsmijten
uitwerpen
uitgooien {ww.}
uitwerpen
uitgooien {ww.}
ik zal uitgooien
ik zou uitgooien
jij zult uitgooien
ik zal uitsmijten
ik zou uitsmijten
jij zult uitsmijten
» meer vervoegingen van uitsmijten
uitsmijten {ww.}
uitsmijten {ww.}
ik zal uitsmijten
ik zou uitsmijten
jij zult uitsmijten
ik zal uitsmijten
ik zou uitsmijten
jij zult uitsmijten
» meer vervoegingen van uitsmijten