Vertaling van uitvlakken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
wegkrabben, uitvegen, uitvlakken, uitkrabben {ww.}
wegkrabben
uitvegen
uitvlakken
uitkrabben {ww.}
uitvegen
uitvlakken
uitkrabben {ww.}
ik zal uitkrabben
ik zou uitkrabben
jij zult uitkrabben
ik zal uitvegen
ik zou uitvegen
jij zult uitvegen
» meer vervoegingen van uitvegen
gommen, stuffen, uitvlakken, gummen {ww.}
gommen
stuffen
uitvlakken
gummen {ww.}
stuffen
uitvlakken
gummen {ww.}
ik zal gommen
jij zult gommen
hij/zij/het zal gommen
ik zal gommen
jij zult gommen
hij/zij/het zal gommen
» meer vervoegingen van gommen