Vertaling van veiligheid
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
veiligheid {zn.}
veiligheid {zn.}
Ze maakt zich zorgen om uw veiligheid.
Ze maakt zich zorgen om uw veiligheid.
Ik ben bezorgd om haar veiligheid.
Ik ben bezorgd om haar veiligheid.
veiligheid , zekerheid {zn.}
veiligheid
zekerheid {zn.}
zekerheid {zn.}
Ze beantwoordde alle vragen met zekerheid.
Ze beantwoordde alle vragen met zekerheid.
Ze wond zich op over de veiligheid van haar zoon.
Ze wond zich op over de veiligheid van haar zoon.
veiligheid {zn.}
veiligheid {zn.}
Een buschauffeur is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn passagiers.
Een buschauffeur is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn passagiers.
Ik ben opgelucht dat je in veiligheid bent.
Ik ben opgelucht dat je in veiligheid bent.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Ze maakt zich zorgen om uw veiligheid.
Ze maakt zich zorgen om uw veiligheid.
Ik ben bezorgd om haar veiligheid.
Ik ben bezorgd om haar veiligheid.
Ze wond zich op over de veiligheid van haar zoon.
Ze wond zich op over de veiligheid van haar zoon.
Een buschauffeur is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn passagiers.
Een buschauffeur is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn passagiers.
Ik ben opgelucht dat je in veiligheid bent.
Ik ben opgelucht dat je in veiligheid bent.
De informatie over de veiligheid van dat medicijn spreekt elkaar tegen.
De informatie over de veiligheid van dat medicijn spreekt elkaar tegen.