Vertaling van verbeten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
halsstarrig, hardnekkig, koppig, stijfhoofdig, verbeten, verstokt {bn.}
halsstarrig
hardnekkig
koppig
stijfhoofdig
verbeten
verstokt {bn.}
ingehouden, verbeten {bn.}
ingehouden
verbeten {bn.}
verbeten {bn.}
verbeten {bn.}
tandenknarsen, verbijten, knarsetanden {ww.}
tandenknarsen
verbijten
knarsetanden {ww.}

ik knarsetandde
jij knarsetandde
hij/zij/het knarsetandde

ik tandenknarste
jij tandenknarste
hij/zij/het tandenknarste
» meer vervoegingen van tandenknarsen

verbijten {ww.}
verbijten {ww.}

ik verbeet
jij verbeet
hij/zij/het verbeet

ik verbeet
jij verbeet
hij/zij/het verbeet
» meer vervoegingen van verbijten