Vertaling van verbintenis

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verbintenis {zn.}
verbintenis {zn.}
contract [o], verbintenis [v] {zn.}
contract [o]
verbintenis [v] {zn.}
Ik moet de borg voor de aanvang van het contract betalen.
Ik moet de borg voor de aanvang van het contract betalen.
afspraak [v], akkoord [o], verbintenis [v], schikking [v] {zn.}
afspraak [v]
akkoord [o]
verbintenis [v]
schikking [v] {zn.}
Ik heb een afspraak met de dokter.
Ik heb een afspraak met de dokter.
Zouden we vandaag een afspraak maken?
Zouden we vandaag een afspraak maken?
verbintenis [v] (de ~) {zn.}
verbintenis [v] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan verbintenis

contract - afspraak - akkoord - schikkingverplichting