Vertaling van verhuizen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verhuizen {ww.}
verhuizen {ww.}

ik verhuis
jij verhuist
hij/zij/het verhuist

ik verhuis
jij verhuist
hij/zij/het verhuist
» meer vervoegingen van verhuizen

We verhuizen volgende maand.
We verhuizen volgende maand.
Hij hielp me verhuizen.
Hij hielp me verhuizen.
verhuizen {ww.}
verhuizen {ww.}

ik verhuis
jij verhuist
hij/zij/het verhuist

ik verhuis
jij verhuist
hij/zij/het verhuist
» meer vervoegingen van verhuizen

Hij hielp me verhuizen.
Hij hielp me verhuizen.
Ik zou graag naar Australië verhuizen.
Ik zou graag naar Australië verhuizen.
verhuizen, verkassen, migreren {ww.}
verhuizen
verkassen
migreren {ww.}

ik migreer
jij migreert
hij/zij/het migreert

ik verhuis
jij verhuist
hij/zij/het verhuist
» meer vervoegingen van verhuizen

Haar beslissing om naar Chicago te verhuizen verbaasde ons.
Haar beslissing om naar Chicago te verhuizen verbaasde ons.
verhuizen {ww.}
verhuizen {ww.}

ik verhuis
jij verhuist
hij/zij/het verhuist

ik verhuis
jij verhuist
hij/zij/het verhuist
» meer vervoegingen van verhuizen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

We verhuizen volgende maand.

We verhuizen volgende maand.

Hij hielp me verhuizen.

Hij hielp me verhuizen.

Hij hielp me verhuizen.

Hij hielp me verhuizen.

Ik zou graag naar Australië verhuizen.

Ik zou graag naar Australië verhuizen.

Haar beslissing om naar Chicago te verhuizen verbaasde ons.

Haar beslissing om naar Chicago te verhuizen verbaasde ons.

Ze hebben een verhuisfirma gevraagd om hun eigendommen naar hun nieuwe woning te verhuizen.

Ze hebben een verhuisfirma gevraagd om hun eigendommen naar hun nieuwe woning te verhuizen.


Gerelateerd aan verhuizen

verkassen - migrerenverplaatsen