Vertaling van verlegen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verlegen {bn.}
verlegen {bn.}
bedeesd, blo, eenkennig, verlegen {bn.}
bedeesd
blo
eenkennig
verlegen {bn.}
bedeesd, bevangen, blo, timide, verlegen {bn.}
bedeesd
bevangen
blo
timide
verlegen {bn.}
bedeesd, bevangen, timide, verlegen {bn.}
bedeesd
bevangen
timide
verlegen {bn.}
verlegen, timide, schuchter {bn.}
verlegen
timide
schuchter {bn.}
verliggen {ww.}
verliggen {ww.}

ik ben verlegen
ik was verlegen
ik zal verlegen zijn

ik ben verlegen
ik was verlegen
ik zal verlegen zijn
» meer vervoegingen van verliggen

nodig, verlegen, benodigd, onthand {ww.}
nodig
verlegen
benodigd
onthand {ww.}
Ik ben een verlegen jongen.
Ik ben een verlegen jongen.
Ze is niet zo verlegen als vroeger.
Ze is niet zo verlegen als vroeger.
verliggen {ww.}
verliggen {ww.}

ik ben verlegen
ik was verlegen
ik zal verlegen zijn

ik ben verlegen
ik was verlegen
ik zal verlegen zijn
» meer vervoegingen van verliggen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik ben een verlegen jongen.

Ik ben een verlegen jongen.

Ze is niet zo verlegen als vroeger.

Ze is niet zo verlegen als vroeger.

Het ontbreekt haar geenszins aan welwillendheid. Ze is gewoon verlegen.

Het ontbreekt haar geenszins aan welwillendheid. Ze is gewoon verlegen.

Sommige Japanners zijn zo verlegen dat ze onbeleefd lijken.

Sommige Japanners zijn zo verlegen dat ze onbeleefd lijken.

Ze was vroeger nogal verlegen, maar sinds ze naar de universiteit is gegaan, is ze echt tot bloei gekomen.

Ze was vroeger nogal verlegen, maar sinds ze naar de universiteit is gegaan, is ze echt tot bloei gekomen.


Gerelateerd aan verlegen

bedeesd - blo - eenkennig - bevangen - timide - schuchter - verliggen - nodig - benodigd - onthandverplaatsen