Vertaling van bevangen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bevangen {bn.}
bevangen {bn.}
overwinnen, verslaan, bevangen, zegevieren {ww.}
overwinnen
verslaan
bevangen
zegevieren {ww.}
verslaan
bevangen
zegevieren {ww.}
ik bevang
jij bevangt
hij/zij/het bevangt
ik overwin
jij overwint
hij/zij/het overwint
» meer vervoegingen van overwinnen
Laten we Japan verslaan!
Laten we Japan verslaan!
We werden door een storm bevangen.
We werden door een storm bevangen.
bevangen {ww.}
bevangen {ww.}
ik bevang
jij bevangt
hij/zij/het bevangt
ik bevang
jij bevangt
hij/zij/het bevangt
» meer vervoegingen van bevangen
bevangen {bn.}
bevangen {bn.}
bedeesd, bevangen, blo, timide, verlegen {bn.}
bedeesd
bevangen
blo
timide
verlegen {bn.}
bevangen
blo
timide
verlegen {bn.}
bedeesd, bevangen, timide, verlegen {bn.}
bedeesd
bevangen
timide
verlegen {bn.}
bevangen
timide
verlegen {bn.}