Vertaling van verval

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verval, decadentie [v] {zn.}
verval
decadentie [v] {zn.}
verval, hoogteverschil {zn.}
verval
hoogteverschil {zn.}
verval {zn.}
verval {zn.}
ondergang, verval, debâcle {zn.}
ondergang
verval
debâcle {zn.}
tegenspoed, verval, rampspoed {zn.}
tegenspoed
verval
rampspoed {zn.}
vervallen {ww.}
vervallen {ww.}

ik verval
jij vervalt
hij/zij/het vervalt

ik verval
jij vervalt
hij/zij/het vervalt
» meer vervoegingen van vervallen

vervallen, gebrekkig worden, in verval raken, aftakelen {ww.}
vervallen
gebrekkig worden
in verval raken
aftakelen {ww.}

ik takel af
jij takelt af
hij/zij/het takelt af

ik verval
jij vervalt
hij/zij/het vervalt
» meer vervoegingen van vervallen

vervallen, ineenzakken, in verval raken, ineenstorten {ww.}
vervallen
ineenzakken
in verval raken
ineenstorten {ww.}

hij/zij/het stort ineen
zij storten ineen
ik zak ineen

hij/zij/het vervalt
zij vervallen
ik verval
» meer vervoegingen van vervallen

achteruitgaan, mislukken, tegenlopen, vervallen {ww.}
achteruitgaan
mislukken
tegenlopen
vervallen {ww.}

ik ga achteruit
jij gaat achteruit
hij/zij/het gaat achteruit

ik ga achteruit
jij gaat achteruit
hij/zij/het gaat achteruit
» meer vervoegingen van achteruitgaan

verschijnen, vervallen {ww.}
verschijnen
vervallen {ww.}

ik verschijn
jij verschijnt
hij/zij/het verschijnt

ik verschijn
jij verschijnt
hij/zij/het verschijnt
» meer vervoegingen van verschijnen