Vertaling van voederen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
voeren, te eten geven, voederen, spijzigen {ww.}
voeren
te eten geven
voederen
spijzigen {ww.}
te eten geven
voederen
spijzigen {ww.}
ik spijzig
jij spijzigt
hij/zij/het spijzigt
ik voer
jij voert
hij/zij/het voert
» meer vervoegingen van voeren
Laat mij het woord voeren.
Laat mij het woord voeren.
Wij voeren koffie in uit Brazilië.
Wij voeren koffie in uit Brazilië.
voeren, voederen {ww.}
voeren
voederen {ww.}
voederen {ww.}
ik voeder
jij voedert
hij/zij/het voedert
ik voer
jij voert
hij/zij/het voert
» meer vervoegingen van voeren
Dokters weigerden om een tweede operatie uit te voeren.
Dokters weigerden om een tweede operatie uit te voeren.
Het is een goed idee, maar moeilijk om uit te voeren.
Het is een goed idee, maar moeilijk om uit te voeren.