Vertaling van waarmerk
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
waarmerk, keur, keurmerk, ijk {zn.}
waarmerk
keur
keurmerk
ijk {zn.}
keur
keurmerk
ijk {zn.}
waarmerk {zn.}
waarmerk {zn.}
keuren, waarmerken, ijken {ww.}
keuren
waarmerken
ijken {ww.}
waarmerken
ijken {ww.}
ik ijk
jij ijkt
hij/zij/het ijkt
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
» meer vervoegingen van keuren
Dit, wat het midden is en tussen elk van beide is, keuren wij goed
Dit, wat het midden is en tussen elk van beide is, keuren wij goed
waarmerken {ww.}
waarmerken {ww.}
ik waarmerk
jij waarmerkt
hij/zij/het waarmerkt
ik waarmerk
jij waarmerkt
hij/zij/het waarmerkt
» meer vervoegingen van waarmerken
waarmerken, paraferen {ww.}
waarmerken
paraferen {ww.}
paraferen {ww.}
ik parafeer
jij parafeert
hij/zij/het parafeert
ik waarmerk
jij waarmerkt
hij/zij/het waarmerkt
» meer vervoegingen van waarmerken
waarmerken {ww.}
waarmerken {ww.}
ik waarmerk
jij waarmerkt
hij/zij/het waarmerkt
ik waarmerk
jij waarmerkt
hij/zij/het waarmerkt
» meer vervoegingen van waarmerken