Vertaling van wannen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
wannen, ventileren, spuien, uitluchten, luchten {ww.}
wannen
ventileren
spuien
uitluchten
luchten {ww.}
ventileren
spuien
uitluchten
luchten {ww.}
ik lucht
jij lucht
hij/zij/het lucht
ik wan
jij want
hij/zij/het want
» meer vervoegingen van wannen
frisse lucht toewaaien, wannen, waaien {ww.}
frisse lucht toewaaien
wannen
waaien {ww.}
wannen
waaien {ww.}
hij/zij/het waait
zij waaien
ik wan
hij/zij/het want
zij wannen
ik wan
» meer vervoegingen van wannen
korenwan, wan {zn.}
korenwan
wan {zn.}
wan {zn.}