Vertaling van wantrouwen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
wantrouwen {ww.}
wantrouwen {ww.}

ik wantrouw
jij wantrouwt
hij/zij/het wantrouwt

ik wantrouw
jij wantrouwt
hij/zij/het wantrouwt
» meer vervoegingen van wantrouwen

wantrouwen {ww.}
wantrouwen {ww.}

ik wantrouw
jij wantrouwt
hij/zij/het wantrouwt

ik wantrouw
jij wantrouwt
hij/zij/het wantrouwt
» meer vervoegingen van wantrouwen

argwaan [m], wantrouwen, achterdocht [v] {zn.}
argwaan [m]
wantrouwen
achterdocht [v] {zn.}
suspicie, achterdocht [m] (de ~), argwaan [m] (de ~), wantrouwen [o] (het ~) {zn.}
suspicie
achterdocht [m] (de ~)
argwaan [m] (de ~)
wantrouwen [o] (het ~) {zn.}


Gerelateerd aan wantrouwen

argwaan - achterdocht - suspiciebejegenen - gevoel