Vertaling van weekmaken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
zacht maken, vertederen, weekmaken, murw maken {ww.}
zacht maken
vertederen
weekmaken
murw maken {ww.}
vertederen
weekmaken
murw maken {ww.}
weken, weekmaken, in de week zetten {ww.}
weken
weekmaken
in de week zetten {ww.}
weekmaken
in de week zetten {ww.}
Drie weken gingen voorbij.
Drie weken gingen voorbij.
Het koude weer duurde voor drie weken.
Het koude weer duurde voor drie weken.