Vertaling van weerwoord

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
weerwoord {zn.}
weerwoord {zn.}
antwoord [o], weerwoord, wederwoord [o], bescheid [o] {zn.}
antwoord [o]
weerwoord
wederwoord [o]
bescheid [o] {zn.}
Antwoord.
Antwoord.
Weet je het antwoord?
Weet je het antwoord?
repliek [v] (de ~), weerwoord [o] (het ~) {zn.}
repliek [v] (de ~)
weerwoord [o] (het ~) {zn.}


Gerelateerd aan weerwoord

antwoord - wederwoord - bescheid - repliekantwoord