Vertaling van wielrijden
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
fietsen, wielrijden {ww.}
fietsen
wielrijden {ww.}
wielrijden {ww.}
Ik moet fietsen.
Ik moet fietsen.
Auto's vervingen de fietsen.
Auto's vervingen de fietsen.
wielrennen, wielrijden {ww.}
wielrennen
wielrijden {ww.}
wielrijden {ww.}
Hij gaat elke zondag wielrennen.
Hij gaat elke zondag wielrennen.