Vertaling van winnaar

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
winnaar {zn.}
winnaar {zn.}
Tom is de winnaar.
Tom is de winnaar.
overwinnaar [m] (de ~), winnaar [m] (de ~), winner [m] (de ~), triomfator {zn.}
overwinnaar [m] (de ~)
winnaar [m] (de ~)
winner [m] (de ~)
triomfator {zn.}
In dit teken zul je overwinnen (overwinnaar zijn)
In dit teken zul je overwinnen (overwinnaar zijn)
De Goden stonden aan de kant van de overwinnaar, maar Cato de Jongere aan die van de overwonnene
De Goden stonden aan de kant van de overwinnaar, maar Cato de Jongere aan die van de overwonnene


Gerelateerd aan winnaar

overwinnaar - winner - triomfatorpersoon