Vertaling van persoon

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
persoon, vent, kerel, sujet, snuiter, knul {zn.}
persoon
vent
kerel
sujet
snuiter
knul {zn.}
Die kerel is dubbelhartig.
Die kerel is dubbelhartig.
Wie is deze vent?
Wie is deze vent?
persoon, personage [v] {zn.}
persoon
personage [v] {zn.}
Iedere persoon is uniek.
Iedere persoon is uniek.
Wie is die persoon?
Wie is die persoon?
persoon [m] (de ~), persoonsvorm [m] (de ~) {zn.}
persoon [m] (de ~)
persoonsvorm [m] (de ~) {zn.}
Gij zijt een persoon.
Gij zijt een persoon.
Wie is die persoon?
Wie is die persoon?
persoon, figuur, personage [m] (de/het ~) {zn.}
persoon
figuur
personage [m] (de/het ~) {zn.}
Ze heeft een slank figuur.
Ze heeft een slank figuur.
persoon [m] (de ~), rechtspersoon [m] (de ~) {zn.}
persoon [m] (de ~)
rechtspersoon [m] (de ~) {zn.}
Ik ben een persoon.
Ik ben een persoon.
man [m] (de ~), persoon [m] (de ~), mens, figuur [m] (de/het ~) {zn.}
man [m] (de ~)
persoon [m] (de ~)
mens
figuur [m] (de/het ~) {zn.}
Wie is die man?
Wie is die man?
Zoek een leven, man.
Zoek een leven, man.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Iedere persoon is uniek.

Iedere persoon is uniek.

Wie is die persoon?

Wie is die persoon?

Gij zijt een persoon.

Gij zijt een persoon.

Wie is die persoon?

Wie is die persoon?

Ik ben een persoon.

Ik ben een persoon.

Een persoon kan een ander persoon nooit helemaal begrijpen.

Een persoon kan een ander persoon nooit helemaal begrijpen.

Je hebt de verkeerde persoon.

Je hebt de verkeerde persoon.

Hij is een belangrijk persoon.

Hij is een belangrijk persoon.

Tom is een vriendelijk persoon.

Tom is een vriendelijk persoon.

Ongewenst persoon

Ongewenst persoon

Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.

Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.

Hij was het geduld in persoon.

Hij was het geduld in persoon.

Hij is duidelijk niet zo'n soort persoon.

Hij is duidelijk niet zo'n soort persoon.

Een persoon die lacht, is gelukkig.

Een persoon die lacht, is gelukkig.

Je bent de belangrijkste persoon in mijn leven.

Je bent de belangrijkste persoon in mijn leven.


Gerelateerd aan persoon

vent - kerel - sujet - snuiter - knul - personage - persoonsvorm - figuur - rechtspersoon - man - menswerkwoord - persoon - mens - boezem