Vertaling van zelfvertrouwen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zelfvertrouwen, zelfbewustheid [v] {zn.}
zelfvertrouwen
zelfbewustheid [v] {zn.}
zekerheid, zelfbewustheid, aplomb [o] (het ~), zelfvertrouwen [o] (het ~) {zn.}
zekerheid
zelfbewustheid
aplomb [o] (het ~)
zelfvertrouwen [o] (het ~) {zn.}
Ze beantwoordde alle vragen met zekerheid.
Ze beantwoordde alle vragen met zekerheid.
De enige zekerheid voor de verliezers is geen heil te verwachten
De enige zekerheid voor de verliezers is geen heil te verwachten


Gerelateerd aan zelfvertrouwen

zelfbewustheid - zekerheid - aplombvertrouwen