Vertaling van zieke

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zieke [m] (de ~) {zn.}
zieke [m] (de ~) {zn.}
Leg de zieke op zijn rug.
Leg de zieke op zijn rug.
Jullie moeten voor jullie zieke moeder zorgen.
Jullie moeten voor jullie zieke moeder zorgen.
patiënt, zieke {zn.}
patiënt
zieke {zn.}
De patiënt mocht uit bed.
De patiënt mocht uit bed.
De patiënt zal vlug herstellen van zijn ziekte.
De patiënt zal vlug herstellen van zijn ziekte.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Leg de zieke op zijn rug.

Leg de zieke op zijn rug.

Jullie moeten voor jullie zieke moeder zorgen.

Jullie moeten voor jullie zieke moeder zorgen.

Zolang een zieke nog reageert, is er hoop

Zolang een zieke nog reageert, is er hoop

Noch betaamt het (de dokter) het temperament van de zieke man te negeren

Noch betaamt het (de dokter) het temperament van de zieke man te negeren


Gerelateerd aan zieke

patiëntlijder