Vertaling van zielenrust

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zaligheid [v] (de ~), zielenrust [m] (de ~), zieleheil, zielerust, zielenheil [o] (het ~) {zn.}
zaligheid [v] (de ~)
zielenrust [m] (de ~)
zieleheil
zielerust
zielenheil [o] (het ~) {zn.}
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
sereniteit [v] (de ~), zielenrust [m] (de ~), gemoedsrust [m] (de ~) {zn.}
sereniteit [v] (de ~)
zielenrust [m] (de ~)
gemoedsrust [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan zielenrust

zaligheid - zieleheil - zielerust - zielenheil - sereniteit - gemoedsrustgeluk - gemak