Vertaling van zorgeloosheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zorgeloosheid [v] {zn.}
zorgeloosheid [v] {zn.}
Haar zorgeloosheid leidde tot een ongeluk.
Haar zorgeloosheid leidde tot een ongeluk.
zorgeloosheid [v], onbezorgdheid [v] {zn.}
zorgeloosheid [v]
onbezorgdheid [v] {zn.}
zorgeloosheid (de ~), luchthartigheid, onbezorgdheid {zn.}
zorgeloosheid (de ~)
luchthartigheid
onbezorgdheid {zn.}
onoplettendheid [v] (de ~), zorgeloosheid (de ~), veronachtzaming, slordigheid [v] (de ~), onverschilligheid [v] (de ~), nalatigheid, laksheid [v] (de ~), indifferentisme, onachtzaamheid [v] (de ~), nonchalance [m] (de ~) {zn.}
onoplettendheid [v] (de ~)
zorgeloosheid (de ~)
veronachtzaming
slordigheid [v] (de ~)
onverschilligheid [v] (de ~)
nalatigheid
laksheid [v] (de ~)
indifferentisme
onachtzaamheid [v] (de ~)
nonchalance [m] (de ~) {zn.}
Door onoplettendheid botste ze met haar auto tegen de paal.
Door onoplettendheid botste ze met haar auto tegen de paal.
De meeste auto-ongevallen zijn het gevolg van onoplettendheid van de bestuurder.
De meeste auto-ongevallen zijn het gevolg van onoplettendheid van de bestuurder.