Vertaling van zuster
verpleegster
ziekenzuster
ziekenverpleegster {zn.}
kloosterzuster {zn.}
zuster {zn.}
zus
zuster
broeder {zn.}
verpleegster
ziekenzuster {zn.}
zuster
zusje {zn.}
religieuze
zuster {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Mijn zuster is beroemd.
Mijn zuster is beroemd.
Ze kocht een woordenboek voor haar zuster.
Ze kocht een woordenboek voor haar zuster.
Uw zuster is mooi als altijd.
Uw zuster is mooi als altijd.
Ik heb een geschenk aanvaard van zijn zuster.
Ik heb een geschenk aanvaard van zijn zuster.
Zijn oudere zuster is ouder dan mijn oudste broer.
Zijn oudere zuster is ouder dan mijn oudste broer.
Ik ging naar de dierentuin met mijn zuster.
Ik ging naar de dierentuin met mijn zuster.
Zijn zuster kan vandaag niet met u spreken.
Zijn zuster kan vandaag niet met u spreken.
Mijn zuster heeft twee zonen, dus ik heb twee neven.
Mijn zuster heeft twee zonen, dus ik heb twee neven.
Zijn oudere zuster is ouder dan mijn oudste broer.
Zijn oudere zuster is ouder dan mijn oudste broer.
De echtgenoot van de zuster van mijn vader is mijn oom.
De echtgenoot van de zuster van mijn vader is mijn oom.