Vertaling van balk

Inhoud:

Nederlands
Zweeds
balk [m], onderlegger, ribbe [v] {zn.}
bjälke
balk
balken, blaten, brullen, grommen, hinniken, loeien, schreeuwen {ww.}
yla
böla
råma
bräka


Gerelateerd aan balk

onderlegger - ribbe - balken - blaten - brullen - grommen - hinniken - loeien - schreeuwen