Vertaling van balançar

Inhoud:

Portugees
Nederlands
balançar, menear, sacudir {ww.}
laten balanceren
doen schommelen
balançar {ww.}
de balans opmaken
balançar, gangorrar {ww.}
wippen


Gerelateerd aan balançar

menear - sacudir - gangorrar