Vertaling van sacudir

Inhoud:

Portugees
Nederlands
abalar, estremecer, sacudir {ww.}
opschudden
schokken
schudden 
wrikken
agitar, amotinar, sacolejar, sacudir {ww.}
agiteren
opwinden
ophitsen
opstoken
opruien
schudden 
abalar, estremecer, sacudir, mover, comover {ww.}
verwikken
doen schudden
doen wankelen
verwrikken
balançar, menear, sacudir {ww.}
doen schommelen
laten balanceren

Gerelateerd aan sacudir

abalar - estremecer - agitar - amotinar - sacolejar - mover - comover - balançar - menear