Vertaling van dor

Inhoud:

Portugees
Nederlands
aflição, dor {zn.}
pijn  [v]
zeer [o]
wee
Onde você tem dor?
Waar hebt ge pijn?
Eu estou com dor de estômago.
Mijn buik doet pijn.
aflição, amargura, dor, pena, pesar {zn.}
ergernis
verdriet 


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Onde você tem dor?

Waar hebt ge pijn?

Estou com dor de cabeça.

Ik heb hoofdpijn.

Estou com uma terrível dor de cabeça.

Ik heb verschrikkelijke hoofdpijn.

Eu estou com dor de estômago.

Mijn buik doet pijn.

Meu coração está cheio de dor.

Mijn hart doet pijn.

Três bebês que choravam incessantemente me deram dor de cabeça.

Ik heb hoofdpijn gekregen van drie baby's die onophoudelijk huilden.


Gerelateerd aan dor

aflição - amargura - pena - pesar