Vertaling van esposo

Inhoud:

Portugees
Nederlands
cônjuge, esposo, marido {zn.}
echtgenoot  [m]
gemaal
man  [m]
Ela odiava seu marido.
Ze haatte haar echtgenoot.
Ele vai ser um bom marido.
Hij zal een goede echtgenoot zijn.


Gerelateerd aan esposo

cônjuge - marido