Vertaling van éter

Inhoud:

Portugees
Nederlands
éter {zn.}
ether [m]
dar à luz, parir, ter {ww.}
bevallen 
ter {ww.}
hebben 
erop nahouden
Devo ter cometido um erro.
Ik zal wel een fout gemaakt hebben.
Não querer é o mesmo que ter.
Niet willen is hetzelfde als hebben.
manter, segurar, sustenar, ter, conservar, guardar {ww.}
houden
vasthouden
bijhouden
Você pode acreditar que ele irá manter a sua palavra.
Je kan hem vertrouwen dat hij zijn woord zal houden.
fruir, possuir, ter {ww.}
erop nahouden
rijk zijn
bezitten 


Gerelateerd aan éter

dar à luz - parir - ter - manter - segurar - sustenar - conservar - guardar - fruir - possuir