Vervoeging van aangroeien

Onbepaalde wijs (infinitief): aangroeien


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het groeit aan
    • zij groeien aan
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het groeide aan
    • zij groeiden aan
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het is aangegroeid
    • zij zijn aangegroeid
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het was aangegroeid
    • zij waren aangegroeid
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal aangroeien
    • zij zult aangroeien
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal aangegroeid zijn
    • zij zult aangegroeid zijn
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal aangroeien
    • zij zullen aangroeien
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal zijn aangegroeid
    • zij zullen zijn aangegroeid

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van aangroeien