Vervoeging van aannemen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik neem aan
    • jij neemt aan
    • hij/zij/het neemt aan
    • wij nemen aan
    • jullie nemen aan
    • zij nemen aan
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik nam aan
    • jij nam aan
    • hij/zij/het nam aan
    • wij namen aan
    • jullie namen aan
    • zij namen aan
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb aangenomen
    • jij hebt aangenomen
    • hij/zij/het heeft aangenomen
    • wij hebben aangenomen
    • jullie hebben aangenomen
    • zij hebben aangenomen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had aangenomen
    • jij had aangenomen
    • hij/zij/het had aangenomen
    • wij hadden aangenomen
    • jullie hadden aangenomen
    • zij hadden aangenomen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal aannemen
    • jij zult aannemen
    • hij/zij/het zal aannemen
    • wij zullen aannemen
    • jullie zullen aannemen
    • zij zullen aannemen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal aangenomen hebben
    • jij zult aangenomen hebben
    • hij/zij/het zal aangenomen hebben
    • wij zullen aangenomen hebben
    • jullie zullen aangenomen hebben
    • zij zullen aangenomen hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou aannemen
    • jij zou aannemen
    • hij/zij/het zou aannemen
    • wij zouden aannemen
    • jullie zouden aannemen
    • zij zouden aannemen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben aangenomen
    • jij zou hebben aangenomen
    • hij/zij/het zou hebben aangenomen
    • wij zouden hebben aangenomen
    • jullie zouden hebben aangenomen
    • zij zouden hebben aangenomen
  • Imperatief

    • jij neem aan
    • jullie neemt aan

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van aannemen