Betekenis van:
aannemen

aannemen
Werkwoord
  • in dienst nemen
"iemand aannemen"
"iemand in een betrekking aannemen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

aannemen
Werkwoord
  • (van een kind) in je gezin opnemen; een kind aannemen
"een kind aannemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

aannemen
Werkwoord
  • graag aanvaarden; in ontvangst willen nemen; aannemen
"een wetsontwerp aannemen"
"een geloof aannemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aannemen
Werkwoord
  • geloven
"Hij nam dat zonder meer aan."
aannemen
Werkwoord
  • goedkeuren
"Het voorstel is gisteren aangenomen door de raad."
aannemen
Werkwoord
  • in dienst nemen
"Het bedrijf had net 40 nieuwe mensen aangenomen."
aannemen
Werkwoord
  • een veronderstelling maken
"Als we aannemen dat de temperatuur constant blijft, kunnen we uitrekenen hoeveel er oplost."
aannemen
Werkwoord
  • (iets dat wordt aangegeven) overnemen
"de telefoon aannemen"
"een boodschap aannemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aannemen
Werkwoord
  • overnemen
aannemen
Werkwoord
  • adopteren
aannemen
Werkwoord
  • een werk op de gestelde voorwaarden op zich nemen
aannemen
Werkwoord
  • opnemen in een vereniging
aannemen
Werkwoord
  • ''(protestants)'' toelaten tot alle rechten van de Kerk