Vervoeging van aanzuiveren

Onbepaalde wijs (infinitief): aanzuiveren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik zuiver aan
    • jij zuivert aan
    • hij/zij/het zuivert aan
    • wij zuiveren aan
    • jullie zuiveren aan
    • zij zuiveren aan
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik zuiverde aan
    • jij zuiverde aan
    • hij/zij/het zuiverde aan
    • wij zuiverden aan
    • jullie zuiverden aan
    • zij zuiverden aan
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb aangezuiverd
    • jij hebt aangezuiverd
    • hij/zij/het heeft aangezuiverd
    • wij hebben aangezuiverd
    • jullie hebben aangezuiverd
    • zij hebben aangezuiverd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had aangezuiverd
    • jij had aangezuiverd
    • hij/zij/het had aangezuiverd
    • wij hadden aangezuiverd
    • jullie hadden aangezuiverd
    • zij hadden aangezuiverd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal aanzuiveren
    • jij zult aanzuiveren
    • hij/zij/het zal aanzuiveren
    • wij zullen aanzuiveren
    • jullie zullen aanzuiveren
    • zij zullen aanzuiveren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal aangezuiverd hebben
    • jij zult aangezuiverd hebben
    • hij/zij/het zal aangezuiverd hebben
    • wij zullen aangezuiverd hebben
    • jullie zullen aangezuiverd hebben
    • zij zullen aangezuiverd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou aanzuiveren
    • jij zou aanzuiveren
    • hij/zij/het zou aanzuiveren
    • wij zouden aanzuiveren
    • jullie zouden aanzuiveren
    • zij zouden aanzuiveren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben aangezuiverd
    • jij zou hebben aangezuiverd
    • hij/zij/het zou hebben aangezuiverd
    • wij zouden hebben aangezuiverd
    • jullie zouden hebben aangezuiverd
    • zij zouden hebben aangezuiverd
  • Imperatief

    • jij zuiver aan
    • jullie zuivert aan

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van aanzuiveren