Vervoeging van adopteren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik adopteer
    • jij adopteert
    • hij/zij/het adopteert
    • wij adopteren
    • jullie adopteren
    • zij adopteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik adopteerde
    • jij adopteerde
    • hij/zij/het adopteerde
    • wij adopteerden
    • jullie adopteerden
    • zij adopteerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geadopteerd
    • jij hebt geadopteerd
    • hij/zij/het heeft geadopteerd
    • wij hebben geadopteerd
    • jullie hebben geadopteerd
    • zij hebben geadopteerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geadopteerd
    • jij had geadopteerd
    • hij/zij/het had geadopteerd
    • wij hadden geadopteerd
    • jullie hadden geadopteerd
    • zij hadden geadopteerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal adopteren
    • jij zult adopteren
    • hij/zij/het zal adopteren
    • wij zullen adopteren
    • jullie zullen adopteren
    • zij zullen adopteren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geadopteerd hebben
    • jij zult geadopteerd hebben
    • hij/zij/het zal geadopteerd hebben
    • wij zullen geadopteerd hebben
    • jullie zullen geadopteerd hebben
    • zij zullen geadopteerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou adopteren
    • jij zou adopteren
    • hij/zij/het zou adopteren
    • wij zouden adopteren
    • jullie zouden adopteren
    • zij zouden adopteren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geadopteerd
    • jij zou hebben geadopteerd
    • hij/zij/het zou hebben geadopteerd
    • wij zouden hebben geadopteerd
    • jullie zouden hebben geadopteerd
    • zij zouden hebben geadopteerd
  • Imperatief

    • jij adopteer
    • jullie adopteert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van adopteren