Vervoeging van charteren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik charter
    • jij chartert
    • hij/zij/het chartert
    • wij charteren
    • jullie charteren
    • zij charteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik charterde
    • jij charterde
    • hij/zij/het charterde
    • wij charterden
    • jullie charterden
    • zij charterden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gecharterd
    • jij hebt gecharterd
    • hij/zij/het heeft gecharterd
    • wij hebben gecharterd
    • jullie hebben gecharterd
    • zij hebben gecharterd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gecharterd
    • jij had gecharterd
    • hij/zij/het had gecharterd
    • wij hadden gecharterd
    • jullie hadden gecharterd
    • zij hadden gecharterd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal charteren
    • jij zult charteren
    • hij/zij/het zal charteren
    • wij zullen charteren
    • jullie zullen charteren
    • zij zullen charteren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gecharterd hebben
    • jij zult gecharterd hebben
    • hij/zij/het zal gecharterd hebben
    • wij zullen gecharterd hebben
    • jullie zullen gecharterd hebben
    • zij zullen gecharterd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou charteren
    • jij zou charteren
    • hij/zij/het zou charteren
    • wij zouden charteren
    • jullie zouden charteren
    • zij zouden charteren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gecharterd
    • jij zou hebben gecharterd
    • hij/zij/het zou hebben gecharterd
    • wij zouden hebben gecharterd
    • jullie zouden hebben gecharterd
    • zij zouden hebben gecharterd
  • Imperatief

    • jij charter
    • jullie chartert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van charteren