Vervoeging van doornemen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik neem door
    • jij neemt door
    • hij/zij/het neemt door
    • wij nemen door
    • jullie nemen door
    • zij nemen door
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik nam door
    • jij nam door
    • hij/zij/het nam door
    • wij namen door
    • jullie namen door
    • zij namen door
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb doorgenomen
    • jij hebt doorgenomen
    • hij/zij/het heeft doorgenomen
    • wij hebben doorgenomen
    • jullie hebben doorgenomen
    • zij hebben doorgenomen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had doorgenomen
    • jij had doorgenomen
    • hij/zij/het had doorgenomen
    • wij hadden doorgenomen
    • jullie hadden doorgenomen
    • zij hadden doorgenomen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal doornemen
    • jij zult doornemen
    • hij/zij/het zal doornemen
    • wij zullen doornemen
    • jullie zullen doornemen
    • zij zullen doornemen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal doorgenomen hebben
    • jij zult doorgenomen hebben
    • hij/zij/het zal doorgenomen hebben
    • wij zullen doorgenomen hebben
    • jullie zullen doorgenomen hebben
    • zij zullen doorgenomen hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou doornemen
    • jij zou doornemen
    • hij/zij/het zou doornemen
    • wij zouden doornemen
    • jullie zouden doornemen
    • zij zouden doornemen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben doorgenomen
    • jij zou hebben doorgenomen
    • hij/zij/het zou hebben doorgenomen
    • wij zouden hebben doorgenomen
    • jullie zouden hebben doorgenomen
    • zij zouden hebben doorgenomen
  • Imperatief

    • jij neem door
    • jullie neemt door

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van doornemen