Vervoeging van erkennen

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik erken
    • jij erkent
    • hij/zij/het erkent
    • wij erkennen
    • jullie erkennen
    • zij erkennen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik erkende
    • jij erkende
    • hij/zij/het erkende
    • wij erkenden
    • jullie erkenden
    • zij erkenden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb erkend
    • jij hebt erkend
    • hij/zij/het heeft erkend
    • wij hebben erkend
    • jullie hebben erkend
    • zij hebben erkend
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had erkend
    • jij had erkend
    • hij/zij/het had erkend
    • wij hadden erkend
    • jullie hadden erkend
    • zij hadden erkend
  • Toekomende tijd I

    • ik zal erkennen
    • jij zult erkennen
    • hij/zij/het zal erkennen
    • wij zullen erkennen
    • jullie zullen erkennen
    • zij zullen erkennen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal erkend hebben
    • jij zult erkend hebben
    • hij/zij/het zal erkend hebben
    • wij zullen erkend hebben
    • jullie zullen erkend hebben
    • zij zullen erkend hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou erkennen
    • jij zou erkennen
    • hij/zij/het zou erkennen
    • wij zouden erkennen
    • jullie zouden erkennen
    • zij zouden erkennen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben erkend
    • jij zou hebben erkend
    • hij/zij/het zou hebben erkend
    • wij zouden hebben erkend
    • jullie zouden hebben erkend
    • zij zouden hebben erkend
  • Imperatief

    • jij erken
    • jullie erkent

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van erkennen