Vervoeging van ingaan


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik ga in
    • jij gaat in
    • hij/zij/het gaat in
    • wij gaan in
    • jullie gaan in
    • zij gaan in
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik ging in
    • jij ging in
    • hij/zij/het ging in
    • wij gingen in
    • jullie gingen in
    • zij gingen in
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik ben ingegaan
    • jij bent ingegaan
    • hij/zij/het is ingegaan
    • wij zijn ingegaan
    • jullie zijn ingegaan
    • zij zijn ingegaan
  • Voltooid verleden tijd

    • ik was ingegaan
    • jij was ingegaan
    • hij/zij/het was ingegaan
    • wij waren ingegaan
    • jullie waren ingegaan
    • zij waren ingegaan
  • Toekomende tijd I

    • ik zal ingaan
    • jij zult ingaan
    • hij/zij/het zal ingaan
    • wij zullen ingaan
    • jullie zullen ingaan
    • zij zullen ingaan
  • Toekomende tijd II

    • ik zal ingegaan zijn
    • jij zult ingegaan zijn
    • hij/zij/het zal ingegaan zijn
    • wij zullen ingegaan zijn
    • jullie zullen ingegaan zijn
    • zij zullen ingegaan zijn
  • Conditionalis I

    • ik zou ingaan
    • jij zou ingaan
    • hij/zij/het zou ingaan
    • wij zouden ingaan
    • jullie zouden ingaan
    • zij zouden ingaan
  • Conditionalis II

    • ik zou zijn ingegaan
    • jij zou zijn ingegaan
    • hij/zij/het zou zijn ingegaan
    • wij zouden zijn ingegaan
    • jullie zouden zijn ingegaan
    • zij zouden zijn ingegaan
  • Imperatief

    • jij ga in
    • jullie gaat in

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van ingaan