Vervoeging van knetteren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het knettert
    • zij knetteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het knetterde
    • zij knetterden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft geknetterd
    • zij hebben geknetterd
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had geknetterd
    • zij hadden geknetterd
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal knetteren
    • zij zult knetteren
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal geknetterd hebben
    • zij zult geknetterd hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal knetteren
    • zij zullen knetteren
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben geknetterd
    • zij zullen hebben geknetterd

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van knetteren