Vervoeging van logenstraffen

Onbepaalde wijs (infinitief): logenstraffen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik logenstraf
    • jij logenstraft
    • hij/zij/het logenstraft
    • wij logenstraffen
    • jullie logenstraffen
    • zij logenstraffen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik logenstrafte
    • jij logenstrafte
    • hij/zij/het logenstrafte
    • wij logenstraften
    • jullie logenstraften
    • zij logenstraften
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gelogenstraft
    • jij hebt gelogenstraft
    • hij/zij/het heeft gelogenstraft
    • wij hebben gelogenstraft
    • jullie hebben gelogenstraft
    • zij hebben gelogenstraft
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gelogenstraft
    • jij had gelogenstraft
    • hij/zij/het had gelogenstraft
    • wij hadden gelogenstraft
    • jullie hadden gelogenstraft
    • zij hadden gelogenstraft
  • Toekomende tijd I

    • ik zal logenstraffen
    • jij zult logenstraffen
    • hij/zij/het zal logenstraffen
    • wij zullen logenstraffen
    • jullie zullen logenstraffen
    • zij zullen logenstraffen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gelogenstraft hebben
    • jij zult gelogenstraft hebben
    • hij/zij/het zal gelogenstraft hebben
    • wij zullen gelogenstraft hebben
    • jullie zullen gelogenstraft hebben
    • zij zullen gelogenstraft hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou logenstraffen
    • jij zou logenstraffen
    • hij/zij/het zou logenstraffen
    • wij zouden logenstraffen
    • jullie zouden logenstraffen
    • zij zouden logenstraffen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gelogenstraft
    • jij zou hebben gelogenstraft
    • hij/zij/het zou hebben gelogenstraft
    • wij zouden hebben gelogenstraft
    • jullie zouden hebben gelogenstraft
    • zij zouden hebben gelogenstraft
  • Imperatief

    • jij logenstraf
    • jullie logenstraft

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van logenstraffen