Vervoeging van moeten


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik moet
    • jij moet
    • hij/zij/het moet
    • wij moeten
    • jullie moeten
    • zij moeten
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik moest
    • jij moest
    • hij/zij/het moest
    • wij moesten
    • jullie moesten
    • zij moesten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gemoeten
    • jij hebt gemoeten
    • hij/zij/het heeft gemoeten
    • wij hebben gemoeten
    • jullie hebben gemoeten
    • zij hebben gemoeten
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gemoeten
    • jij had gemoeten
    • hij/zij/het had gemoeten
    • wij hadden gemoeten
    • jullie hadden gemoeten
    • zij hadden gemoeten
  • Toekomende tijd I

    • ik zal moeten
    • jij zult moeten
    • hij/zij/het zal moeten
    • wij zullen moeten
    • jullie zullen moeten
    • zij zullen moeten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gemoeten hebben
    • jij zult gemoeten hebben
    • hij/zij/het zal gemoeten hebben
    • wij zullen gemoeten hebben
    • jullie zullen gemoeten hebben
    • zij zullen gemoeten hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou moeten
    • jij zou moeten
    • hij/zij/het zou moeten
    • wij zouden moeten
    • jullie zouden moeten
    • zij zouden moeten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gemoeten
    • jij zou hebben gemoeten
    • hij/zij/het zou hebben gemoeten
    • wij zouden hebben gemoeten
    • jullie zouden hebben gemoeten
    • zij zouden hebben gemoeten

Verwijzingen

Bekijk 6 definitie(s) van moeten