Vervoeging van persen


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik pers
    • jij perst
    • hij/zij/het perst
    • wij persen
    • jullie persen
    • zij persen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik perste
    • jij perste
    • hij/zij/het perste
    • wij persten
    • jullie persten
    • zij persten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geperst
    • jij hebt geperst
    • hij/zij/het heeft geperst
    • wij hebben geperst
    • jullie hebben geperst
    • zij hebben geperst
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geperst
    • jij had geperst
    • hij/zij/het had geperst
    • wij hadden geperst
    • jullie hadden geperst
    • zij hadden geperst
  • Toekomende tijd I

    • ik zal persen
    • jij zult persen
    • hij/zij/het zal persen
    • wij zullen persen
    • jullie zullen persen
    • zij zullen persen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geperst hebben
    • jij zult geperst hebben
    • hij/zij/het zal geperst hebben
    • wij zullen geperst hebben
    • jullie zullen geperst hebben
    • zij zullen geperst hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou persen
    • jij zou persen
    • hij/zij/het zou persen
    • wij zouden persen
    • jullie zouden persen
    • zij zouden persen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geperst
    • jij zou hebben geperst
    • hij/zij/het zou hebben geperst
    • wij zouden hebben geperst
    • jullie zouden hebben geperst
    • zij zouden hebben geperst
  • Imperatief

    • jij pers
    • jullie perst

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van persen