Vervoeging van stranden


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik strand
    • jij strandt
    • hij/zij/het strandt
    • wij stranden
    • jullie stranden
    • zij stranden
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik strandde
    • jij strandde
    • hij/zij/het strandde
    • wij strandden
    • jullie strandden
    • zij strandden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik ben gestrand
    • jij bent gestrand
    • hij/zij/het is gestrand
    • wij zijn gestrand
    • jullie zijn gestrand
    • zij zijn gestrand
  • Voltooid verleden tijd

    • ik was gestrand
    • jij was gestrand
    • hij/zij/het was gestrand
    • wij waren gestrand
    • jullie waren gestrand
    • zij waren gestrand
  • Toekomende tijd I

    • ik zal stranden
    • jij zult stranden
    • hij/zij/het zal stranden
    • wij zullen stranden
    • jullie zullen stranden
    • zij zullen stranden
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gestrand zijn
    • jij zult gestrand zijn
    • hij/zij/het zal gestrand zijn
    • wij zullen gestrand zijn
    • jullie zullen gestrand zijn
    • zij zullen gestrand zijn
  • Conditionalis I

    • ik zou stranden
    • jij zou stranden
    • hij/zij/het zou stranden
    • wij zouden stranden
    • jullie zouden stranden
    • zij zouden stranden
  • Conditionalis II

    • ik zou zijn gestrand
    • jij zou zijn gestrand
    • hij/zij/het zou zijn gestrand
    • wij zouden zijn gestrand
    • jullie zouden zijn gestrand
    • zij zouden zijn gestrand
  • Imperatief

    • jij strand
    • jullie strandt

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van stranden